Techniek; loodgieten
Techniek; lood gieten.
Lood gieten, tin gieten, waar zijn we nu beland? Dit ging toch over modelspoor? Jazeker en de relevantie hiervan wordt u hierbij uit de doeken gedaan.
Aangezien ik veel in styreen bouw, liep ik tegen het probleem van het te licht zijn van m'n materieel op. Licht bouwen kent z'n schaduwzijde; zodra een sleep wagens dankzij een te licht karretje in het midden in een spoorberm belandt of een fiere loc dankzij onvoldoende adhesie hulpeloos met maaiende wielen stilstaat loopt je zelfbouw-imago de spreekwoordelijke deuk op. Verzwaren dus, maar hoe?
Uiteraard is er de mogelijkheid om in stille hoekjes stukjes lood te stapelen of zelfs een moer M10 ergens onder te plakken, maar dat is zeker bij kleiner materieel onvoldoende. Dit roept om maatwerk. Meet de beschikbare ruimte op, maak er een bekisting van en giet die vol lood. Na afkoelen heb je een passend (of met mes of vijl makkelijk passend te maken) gewichtje wat bij minimaal volume maximale massa heeft.
Aangezien ik mij het eed'le vak van loodgieter heb aangeleerd omdat het doodsimpel is en errug praktisch voor de hobby, wil ik dit met jullie delen.
Maarre, een waarschuwing vooraf; lood is giftig. Dus als je het verhit en giet, zorg voor een geventileerde ruimte en hang je neus er niet boven en gebruik in elk geval een neus/mondkapje. Als je het vijlt, was het vijlstof zo spoedig mogelijk van je handen.
Even in het kort; wat hebben we nodig;
- lood
- een gietlepel
- een verwarmingsbron
- een matrijs.
Waar haal je lood ? Nou, soms vind je wel es wat, na een storm ligt er nog wel es een dakkapel op straat of een schoorsteen en in het kader van 'Schone Straten' ruim jij het lood alvast op, terwijl je een ander het opruimen van hout en bakstenen voor z'n rekening laat nemen. Je hoeft tenslotte niet alles te doen. Of je helpt vrienden met klussen; onder oude wastafels zitten nog al eens loden zwanehalzen, die zijn erg gevoelig voor een klap met de hamer. Ook uit milieu-overwegingen zou je die liever vervangen door milieuvriendelijk PVC. Je kunt bladlood ook gewoon kopen bij de bouwmarkt, maar dat is minder spannend.
Hoe kom je aan een gietlepel? Ik heb m'n eerste gemaakt van een dop van een fietsbel, een vijlheft en een stuk draadeind, maar gaandeweg schoot de capaciteit tekort. Gietlepels voor tin koop je bij een hobbyzaak of je verzint zelf iets. Voornaamste kenmerken zijn dat je er lood in kunt smelten zonder dat het staal van de lepel verbrandt, of je vingers of je kleren, daarbij is het handig dat je de gloeiende massa zonder veel risico in een vorm kunt gieten.
Waar vind je een verwarmingsbron? Nou gewoon in de keuken. Een gaspit is prima. Benut dan wel de vlam en probeer niet de lepel op het midden van de vlamverdeler te zetten, dat schiet niet op. Neem ook niet de vlamverdeler eraf om meer gasuitstroom voor een grotere vlam te krijgen, dat is achteraf lastig uitleggen aan de verzekering. Bij elektrische of keramische platen is het wijs een steelpan bij de hand te houden als 'deksel', anders warmt het onvoldoende op.
En een matrijs? Ha, een matrijs maak je zelluf! Jij weet hoe groot die moet zijn. Neem ordinair grijs karton, achterzijde van een schrijfblok ofzo, minimaal 1 mm dik. Geen golfkarton, dan brandt zo door. Vervolgens ga je een soort bekisting maken van de karton die je op maat snijdt en met witte houtlijm in elkaar lijmt. Wandjes kun je maken door domweg stroken karton rechtop op de kartonnen bodemplaat te lijmen. Tot 5 mm hoog gaat het zonder verstijving prima. Boven de 5 mm moet je zorgen voor 'steunberen' anders zakt tijdens het gieten je matrijs uit elkaar. Dat geeft rare brandvlekken op je aanrecht. Controleer ook goed of je matrijs 'vloeistofdicht' is, lood is weliswaar niet heel dunvloeibaar, maar gaten treden onverbiddelijk aan het licht en de brandvlekken zijn er niet minder om.
Houd ook stromend water bij de hand, dat is om meerdere redenen van belang; vingers, kleren en als alles wel goed gaat; het afkoelen.
Genoeg theorie, tijd voor een voorbeeld.
In mijn collectie bevinden zich meerdere zelfgebouwde wagentjes die nog te licht zijn voor het spoorwegbedrijf. Ik heb met vooruitziende blik in het chassis een uitsparing gelaten van ca 12 x 23 mm om een gewichtje in te plaatsen. Omdat het uitgesproken lelijk is om dat gewichtje onder de stelbalk uit te zien steken meten we de maat van onnderzijde vloer tot onderzijde stelbalk op; 3 mm. Nu maken we een matrijs.
de onderzijde met de verlangde maat
daarnaast; een matrijs maken, zo simpel kan het zijn
Ik koos voor het gieten van een lange strip van 3 x 12 mm, zodat ik met de blikschaar daarvan stukken kan afknippen en onder wagentjes plakken. Dus maken we een matrijs van deze maat. Aangezien lood vrij veel cohesie heeft zal het niet zomaar over een rand stromen. Om de 3 mm te realiseren heb ik dus op een bodemplaat van karton twee stroken karton van 1 mm dik op 12 mm van elkaar gelijmd. De lengte was willekeurig, maar wel vrij lang; ca 20 cm. Aan het eind een kopschotje en zodra de lijm droog is kan het feest beginnen .
eerste plaatje; mijn gietlepel, ook zelfgebouwd
tweede plaatje; lood in de lepel op de kookplaat
derde plaatje; op de voorgrond staat de mal op te warmen, op de achtergrond de gietlepel onder de steelpan.
In de gietlepel word een handvol los lood gedaan en op de (keramische) pit gezet. Steelpan er op de kop overheen, dan blijft de hitte in de buurt. De bodem van de lepel is vrij klein en verre van vlak, dus de warmteoverdracht is 'sub-optimaal' oftewel vrij slecht. Met de steelpan eroverheen heb je het lood in 5-10 min vloeibaar. Na enkele minuten wordt ook de matrijs op een pit gezet, op de laagste stand, om voor te verwarmen. Dan vloeit het lood beter uit. niet te hoog opdraaien, anders staat je matrijs in de fik en mag je opnieuw beginnen. Als het lood vloeibaar is, giet je het eenvoudig in de matrijs. je ziet het de matrijs vullen en meer; het bolt aan de bovenzijde en de hoogte van de gegoten strip wordt ca 3 mm.
eerste plaatje; gieten, let op spetteren en giet er vooral niet naast!
tweede plaatje: glimmend = gloeiend, laten afkoelen aan de lucht
derde plaatje: nadat de zaak mat oogt voorzichtig de mal oppakken en in de spoelbak afkoelen
Na wat sputteren zie je het oppervlak mat worden en het materiaal stollen. Na enkele minuten is het zover dat het geheel onder de kraan geforceerd wordt gekoeld, dat betekent ook het begin van het eind van de matrijs; de houtlijmverbindingen laten langzaam los en het karton valt langzaam uit elkaar. Zo pulk je het lood uit de matrijs en je bent (bijna) klaar! Vijl op cruciale punten de zaak nog even vlak, pas en vijl nogmaals, net zolang tot het past. Bij grotere maatafwijkingen zet je het mes erin. Ik heb de strip op lengte afgeknipt met een blikschaar, dat gaat prima als die niet dikker is dan 5 mm.
loden strip kun je gemakkelijk gladvijlen, alleen je vijl loopt wel snel dicht.
daarnaast; knippen en plakken en klaar!
Nog een paar dingen om op te letten.
Ten eerste; als je lood in de lepel smelt zie je een brokkelige laag op het vloeibare spul drijven. Dat is een soort oppervlaktevervuiling en -roest die op het materiaal zat voordat je het smolt. Gooi het weg, het valt niet tot bruikbaar lood te transformeren. Misschien nog bruikbaar als vulling voor een schrootwagon, anders niet. Overbodig te zeggen dat niet in de wagen te gieten als het materiaal nog heet is.
Ten tweede; als je teveel lood in je matrijs giet zul je zien dat er een behoorlijke bolling bovenop die matrijs komt. Dat komt door de cohesie van het materiaal, het loopt niet als water snel over de rand. Houd daar rekening mee; je giet al snel teveel materiaal en het is een rotklus om 2 mm van de bovenzijde af te schaven. Dat duurt uren en is niet met een mes te doen. Houd dan liever eerder op met gieten of als je jezelf beter kent; maak de matrijs 2 mm te laag.
succes
|