| |
|
|
Lisdoddes
De Lisdodde.
In de volksmond ook wel rietsigaar genoemd.
Ook de Lisdodde is niet uit het landschap weg te denken.
Men vindt ze in het riet. Het is, zeg maar, de bloem van het rietgras.
Het riet zien we langs elke sloot- en waterkant.
Willen we het landschap op onze modelbaan kompleet maken dan komen we er niet onderuit om ook het riet zo echt mogelijk te laten lijken.
Het maken van riet, met daarin de Lisdoddes, is niet zo moeilijk.
Iemand stelde de vraag: "Hoe maak ik deze, want wat ik heb gemaakt vind ik te grof en te groot."
Ik ben daar eens op een zondagmiddag voor gaan zitten, en in tijd van een uurtje had ik genoeg riet en Lisdoddes om een slootkant er goed uit te laten zien.
De volgende attributen heb ik gebruikt:
dun (0,3mm) ijzerdraad,
heel fijne groene houtwol (dit vond ik ooit in een tuincentrum als
materiaal voor kerststukken),
het nieuwe platte vieraderig witte telefoondraad,
secondenlijm,
matte donkerbruine verf en
matte vuilgele verf.
Van het ijzer/staaldraad heb ik stukjes van ongeveer 3cm geknipt. Het mooiste is als ze niet
allemaal even lang zijn.
Vervolgens snijden we een stuk telefoondraad over de lengte voorzichtig open en halen de aders naar
buiten.
Knip daarvan een stuk af en strip dit kaal. De kous die we afstrippen snijden we vervolgens in kleine stukjes
van ongeveer 4,5,6, en 7mm.
Deze stukjes kous schuiven we over het afgeknipte staaldraad, en laten hierbij aan de bovenkant ongeveer
3mm draad uitsteken.
Hier halen we een kwastje bruine verf over en steken we in een stukje piepschuim om te drogen.
In tijd van een kwartiertje had ik een stuk of acht lisdoddes staan.
Het riet heb ik gemaakt van heel fijn houtwol. Ik kocht dat vorig jaar in een tuincentrum op de kerstafdeling.
Hier knip ik stukken van ongeveer een centimeter of twintig vanaf.
Vouw het telkens dubbel tot je een bosje van zeg maar 3 of 4 centimeter lang hebt. Knip nu aan een zijde de lussen door. Knijp de andere kant goed bij elkaar tot er een sterke vouw ontstaat en laat hier een klein druppeltje secondenlijm op vallen. Doop dit even in het water, dan wordt de lijm snel hard.
Prik een gaatje in het piepschuim, en zet hem daar even in tot je voldoende hebt voor een mooi tafereeltje.
Met een bijna droog kwastje met vuilgele verf strijken we even langs het riet voor de juiste accenten.
Zorg er voor dat je de bosjes niet te dik maakt, en maak ze vooral verschillend van dikte.
Als je genoeg materiaal hebt aangemaakt prikken of boren we kleine gaatjes in de waterkant. Dopen de onderkant
van een bosje riet in de houtijm en steken het in zo'n gaatje.
Zo nu en dan steek je ook een Lisdodde bij een bosje riet.
Als je het een klein beetje gevarieerd doet krijg je het resultaat als op deze foto.
Natuurlijk is dit de methode waar ik mee aan de gang ben gegaan. Als je zelf een betere of snellere methode vind,
moet je die zeker gebruiken.
Succes.
Wim Ritzer.
Eem- Rijnlandsche Museum Spoorlijn
|
|
| |